SchOOLwiki

zoekopdracht

Verwijsindex

De verwijsindex is een digitaal systeem, waarin meldingen over kinderen en jongeren worden opgeslagen. De scholen in Lelystad maken gebruik van ESAR het risicosignaleringssysteem van de zes gemeenten in de provincie Flevoland. Een melding kan gedaan worden door een professional uit de jeugdhulpverlening, de jeugdgezondheidszorg en het onderwijs, wanneer men zich zorgen maakt over het kind of de jongere (0-23 jaar). Vaak gebeurt het dat verschillende hulpverlenende organisaties zich tegelijkertijd met een kind of jongere bezig houden, maar dit niet van elkaar weten. Daardoor kan het voorkomen dat professionals in de zorg en het onderwijs over te weinig informatie beschikken en deze informatie niet altijd met elkaar delen. In de verwijsindex wordt bij een melding alleen algemene persoonsgegevens opgeslagen zoals naam, adres, geslacht en geboortedatum. Inhoudelijke informatie over de problematiek of de diagnose wordt niet in de verwijsindex vermeld. Een vermelding in de verwijsindex gebeurt met kennisgeving van u als ouder/verzorger of aan de jongere zelf, tenzij het niet in het belang is van de jongere.

Het volgen van de ontwikkeling van de kinderen
Om een goede planning van het aanbod te kunnen maken is het van groot belang om onderwijsbehoeften van kinderen in kaart te brengen. De leerkrachten verzamelen deze informatie op een groepsoverzicht. De leerkrachten verzamelen informatie door toetsen af te nemen, observaties en gesprekken met leerlingen en ouders. Van iedere leerling wordt de ontwikkeling in een leerling-dossier opgeslagen. Persoonlijke gegevens, leerling besprekingen, observaties, gesprekken met ouders, speciale onderzoeken, toets- en rapportgegevens worden hierin bewaard. De dossiers worden beheerd door de groepsleerkrachten.intern begeleider en de directeur hebben inzage in deze dossiers. U kunt de inhoud hiervan, voor zover het uw kind betreft, inzien na afspraak. Gegevens van de leerlingen blijven 5 jaar bewaard op school nadat de kinderen onze school verlaten hebben (verhuizing of groep 8).

CITO toetsen en Centrale eindtoets PO
In iedere groep wordt twee keer per jaar de toetsen van het CITO door de kinderen gemaakt. Een diepte-analyse op kindniveau geeft de leerkracht veel informatie over wat een kind wel of niet beheerst. Daarnaast is te zien wat het rendement van het onderwijs aan de kinderen individueel of als groep is geweest in de afgelopen periode. Het analyseren van de toetsen kan leiden tot herbenoemen van onderwijsbehoeften van kinderen of een verandering in het aanbod. In groep 8 nemen alle kinderen in april 2017 deel aan de verplichte Centrale Eindtoets. Als de score hoger uitvalt dan het schoolkeuzeadvies kan het advies worden bijgesteld.

Toetsen die bij de methode horen
Bij de meeste methoden wordt elk blok of hoofdstuk afgesloten met een toets om te controleren of de aangeboden stof beheerst wordt. Deze toetsen geven de leerkracht informatie over de ontwikkeling van de leerlingen.

Observaties
Leerkrachten zien de kinderen dagelijks aan het werk. Zij observeren of de kinderen de leerstof begrijpen en hoe zij werken. Door gerichte vragen te stellen krijgt de leerkracht informatie over de aanpak en de manier van leren van een leerling. Soms geeft een observatie tijdens een ronde niet de gewenste informatie. De leerkracht kan dan samen met de leerling een opdracht uitvoeren om toch de informatie te krijgen.

Gesprekken met kinderen en ouders
Leerkrachten hebben zogenoemde “diagnostische” gesprekken met kinderen om te ontdekken hoe kinderen denken en werken. De leerkracht spreekt de ouders een aantal keren in het jaar tijdens de ouderavonden. Hier kan de leerkracht ook belangrijke informatie krijgen over de onderwijsbehoeften van de leerlingen. Aan het begin van een nieuw schooljaar gaat u in gesprek met de nieuwe leerkracht(en). Wij noemen dit het kennismakingsgesprek. Uitgangspunt daarbij is dat u vertelt wat de leerkracht moet weten over uw kind. Daarnaast bespreekt u hoe het contact tussen u en de leerkracht eruit gaat zien in dit schooljaar. Afstemming is in dit eerste gesprek het doel. Elke leerling die langer dan zes maanden bij ons op school zit, krijgt twee keer per schooljaar het rapport mee. Wij hanteren een 1 t/m 10 normering. Ook geven wij de cito scores weer in grafieken in het rapport. CITO hanteert een I t/m V normering. Het rapport blijft eigendom van de school tot het moment dat uw kind onze school verlaat. Dat betekent dat het rapport elke keer ingeleverd moet worden bij de groepsleerkracht van uw kind. Bij vermissing krijgt de leerling geen rapport mee maar kunnen ouders het rapport op school inzien. Ouders kunnen tegen kostprijs een nieuw rapport kopen bij de groepsleerkracht.

Nakijken en beoordeling
De leerlingen uit groep 4 t/m 8 kijken de oefenstof van het werk bij verschillende vakken zelf na. Aan het einde van het schooljaar gaan ook de leerlingen uit groep 3 hun lees- en rekenoefenstof zelf nakijken. Bij het nakijken noteren de kinderen hoeveel opgaven er goed zijn. De leerkracht neemt steekproeven om te controleren of het werk goed is nagekeken

Bespreken van de opbrengsten
De leerkrachten bespreken regelmatig de vorderingen van de leerlingen. Na de afname van de CITOM en CITO-E worden de opbrengsten met het team besproken. De IB-er en de directeur maken in deze periode een trendanalyse. De uitslag van de Centrale Eindtoets wordt ook in het team besproken. De uitkomsten worden tevens gebruikt om ons onderwijs te evalueren. Zo nodig wordt het onderwijs groepsgewijs of individueel bijgesteld. Daarnaast zijn er eens per twee maanden groepsbesprekingen met de interne begeleider en de leerkracht. Als er aanleiding toe is, worden stappen ondernomen om de opbrengsten te verbeteren of het aanbod te versterken. De vorderingen en resultaten van de hele school worden drie keer per jaar aan ouders gepresenteerd op een informatieavond. De school legt hiermee verantwoording af aan ouder.