SchOOLwiki

zoekopdracht

Dagelijkse gang van zaken

DE DAGELIJKSE GANG VAN ZAKEN

Heterogene groepen
We verdiepen ons dit schooljaar in een ander pedagogisch concept. Om onze kinderen beter onderwijs te geven specialiseren we ons in het werken met heterogene groepen. In een heterogene groep is het onderwijs anders georganiseerd dan in een combinatieklas, waar kinderen uit de verschillende leerjaren vaak na elkaar instructie en begeleiding krijgen. In heterogene groepen zitten kinderen van twee aaneensluitende leerjaren door elkaar in het lokaal. De groep functioneert als één groep. De lesstof van de leerjaren wordt zoveel mogelijk verbonden door te kijken naar leerlijnen. Er worden veel activiteiten samen gedaan. Kinderen werken vaak samen. De kinderen krijgen dagelijks basisinstructie over de onderdelen rekenen, taal en lezen die op die dag aan de orde komen.

 

Instructie en werkrondes

Bij het geven van basisinstructie wordt het interactief gedifferentieerd directe instructiemodel (IGDImodel)
gehanteerd. Het doel van het IGDI-model is dat de basisstrategieën voor het beheersen van bepaalde leerstof door alle kinderen wordt beheerst. Alle kinderen doen mee aan de basisinstructie en profiteren zodoende van de uitleg van de leerkracht en van elkaar. Na de basisinstructie gaan kinderen met de verschillende activiteiten aan het werk in werkrondes.
Kinderen die instructie afhankelijk zijn krijgen pre-teaching, extra of andere instructie aan de instructietafel of aan hun eigen tafel. Ook kinderen met een eigen leerlijn of kinderen die instructie
nodig hebben voor verdiepingsstof worden op dezelfde wijze begeleid en geïnstrueerd. De leerkracht heeft vooraf gepland welke kinderen op welk moment extra instructie krijgen. De leerkracht begeleidt tijdens elke werkronde alle leerlingen. Elk kind maakt het werk dat hoort bij het eigen leerjaar. Het dagprogramma voor elk kind staat genoteerd op het weekprogramma. Door bij het onderwijs in de basisvaardigheden het model met werkrondes als organisatievorm te gebruiken zijn we in staat alle kinderen goed te instrueren en begeleiden.

Uitgestelde aandacht
Leerlingen leren omgaan met uitgestelde aandacht tijdens het zelfstandig werken door het gebruik van de time-timer en het stoplicht die zichtbaar worden ingezet door de leerkracht tijdens alle lessen. Leerlingen maken zelf gebruik van een instructieblokje waarop ze kunnen aangeven dat ze geholpen willen worden.

Uitgaan van de onderwijsbehoeften van de kinderen
De onderwijsbehoeften van de kinderen vormen het uitgangspunt in ons onderwijs. Er wordt gekeken naar dat wat een kind al kan en daar wordt door de leraar op aangesloten. De leraren bieden onderwijs aan met instructies en verwerkingen die passen bij de leerstijl en de ontwikkeling van het kind.

Differentiëren
De leerkrachten stemmen de instructie en de verwerking af op de mogelijkheden van elk kind. Er zijn kinderen die weinig instructie nodig hebben en er zijn kinderen die veel of extra instructie nodig hebben. Kinderen verschillen ook in de hoeveelheid werk die zij aankunnen en de aanpak die het best bij hen past. Door veel te observeren en door vaak met kinderen te praten over hoe ze hun werk hebben aangepakt en hoe ze tot oplossingen gekomen zijn, krijgen leerkrachten een goed beeld van wat elk
kind nodig heeft. Daarnaast analyseren zij de methodetoetsen en de toetsen van Cito. Al deze informatie gebruiken ze om het onderwijs op het kind af te stemmen. Om alle kinderen goed te kunnen begeleiden worden kinderen die ongeveer dezelfde aanpak nodig hebben per groepje gelijktijdig geholpen en ondersteund. We gebruiken een onderverdeling in drie groepen. Deze drie groepen noemen we instructieafhankelijk, instructiegevoelig en instructieonafhankelijk.

– Instructieafhankelijk is de groep kinderen die instructie afhankelijk is; zij hebben vaak extra instructie nodig en maken van het werk meestal wat minder opdrachten. Ook kinderen met een eigen leerlijn delen we in bij deze groep.

– Instructiegevoelig is de groep kinderen die voldoende heeft aan de basisinstructie en de basisstof.

– Instructieonafhankelijk zijn kinderen die overwegend weinig instructie en meer uitdagingen of verdiepingsstof nodig hebben.

Coöperatief leren
Samenwerken is een belangrijke vaardigheid die leerlingen nodig hebben om goed te kunnen functioneren in de samenleving. Coöperatief werken is een goede manier om deze vaardigheid in de praktijk te oefenen. Al in de kleutergroepen wordt gewerkt met coöperatieve werkvormen. Leerlingen leren van en met elkaar. De achterliggende gedachte van coöperatief leren is dat kinderen niet alleen leren van de interactie van en met de leerkracht, maar ook van de interactie met elkaar. De leerlingen zijn actief met de leerstof bezig, ze praten er met elkaar over, waardoor de inhoud van
de stof meer betekenis voor hen krijgt. Door de samenwerking in een groepje of met een schoudermaatje, ontwikkelen leerlingen samenwerkingsvaardigheden.

Continu verbeteren
Ons onderwijs is gericht op continu verbeteren. Wij willen betere resultaten met onze kinderen bereiken. Als wij dat willen, dan betekent dat, dat leerlingen kennis moeten hebben van het doel en invloed kunnen hebben op de manier van oplossingen waarop dit bereikt gaat worden. Betrokkenheid is een kernwaarde van OBS De Grundel. Bij de continu verbeter benadering wordt de leerling actief betrokken bij de gedragsregels- en afspraken in de groep en de doelen waaraan gewerkt wordt. Daarnaast is er veel aandacht voor doelen op persoonlijk niveau. Vragen die centraal staan zijn:
• Wat verwachten we van je?
• Hoe kunnen we in de klas succesvol samenwerken?
• Wat wil je zelf leren en hoe wil je dit bereiken?
• Wat verwacht je van je ouders en van je juf of meester?

Doelen stellen
Doelen stellen met leerlingen levert een enorme betrokkenheid en inzet op, die zowel voor de leerling zelf als voor de leerkracht enorm motiverend werkt. We werken met groepsdoelen en persoonlijke doelen. Bij een groepsdoel wordt gesproken over een groepsgemiddelde, zodat een wat lagere prestatie van één of meerdere leerlingen geen belemmering hoeft te zijn om het doel met elkaar te behalen. Groepsdoelen worden in iedere groep zichtbaar gemaakt op een datamuur. Wat staat er op een de datamuur?

– Missie van de groep;

– Afspraken van de groep;

– Doelen waaraan gewerkt wordt (met foto’s en/of grafieken).

Wanneer een doel gehaald wordt, wordt dit gevierd met een door de groep afgesproken beloning.

Eigenaarschap
Om eigenaarschap bij leerlingen te bevorderen werken we met weektaken.
In groep 1/2 plannen leerlingen taken zelf in op de takentoren van de methode “Onderbouwd”. Groep 3 t/m 5 plant taken op een daarvoor geschikt planbord. Groep 6 t/m 8 werken met een weektaak die gekoppeld is aan het weekrooster van de leerkracht.

Regels en groepsafspraken
Het hanteren van regels in een groep is een algemene gewoonte. De regels van de Kanjertraining staan centraal in de school. Daarnaast werken we met groepsafspraken. De afspraken worden samengesteld door de groep, dus leerkracht en leerlingen samen. Dit creëert betrokkenheid en bevordert een atmosfeer van open communicatie. Samenstellen van groepsafspraken is één van de eerste activiteiten van een groep om een
groepsgevoel te creëren. De afspraken zijn een norm voor het gedrag in de groep waaraan de leerkrachten en leerlingen zich conformeren, richtlijnen die een groep samen brengen. Het proces van opstellen van de groepsafspraken benadrukt het belang van luisteren naar elkaar in een omgeving van respect en acceptatie. Een algemene regel in de school is het begroeten van de leerkracht bij binnenkomst. Alle leerlingen
geven de leerkracht een hand. De leerkracht heeft zo de mogelijkheid om alle leerlingen direct bij aanvang van school persoonlijke aandacht te geven.

Pedagogisch klimaat
Kanjertraining
Dagelijks werken wij samen met de kinderen aan een schoolomgeving waar iedereen zichzelf kan zijn en kan leren, in een prettig pedagogisch klimaat. Daarom werken wij in groep 1 t/m 8 met de Kanjertraining. De kanjerlessen hebben het doel de sociale omgang van kinderen te verbeteren. De kinderen leren op een positieve manier met elkaar omgaan. De kanjerlessen zijn effectief, duidelijk, verhelderend en helpen kinderen een keuze te maken in hun gedrag. De lessen gaan uit van een positieve levensvisie en zijn oplossingsgericht. De leerkrachten op OBS De Grundel hebben een opleiding gevolgd om deze lessen te kunnen geven. De Kanjertraining bestaat uit een serie lessen met bijbehorende oefeningen om de sfeer in de klas goed te houden (preventief), of te verbeteren(curatief). De Kanjertraining streeft de volgende doelen na:

– Het bevorderen van vertrouwen en veiligheid in de klas.

– Het versterken van de sociale vaardigheden bij leerlingen.

– Beheersing van verschillende oplossingsstrategieën bij pesten en andere conflicten.

– Bewustwording van de eigenheid bij leerlingen.

– Leren om verantwoordelijkheid te nemen.

– Het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie.

Wij volgen de sociaal emotionele ontwikkeling van onze leerlingen door
middel van KANVAS. Deze gegevens worden geanalyseerd, besproken
en indien nodig worden er passende interventies genomen om het
welbevinden en de sociale veiligheid van kinderen te bevorderen.
Wij hanteren naast de Kanjertraining een gedrags- en pestprotocol. Dit
document kunt u vinden op de website www.obsdegrundel.nl.

De Gouden Weken
De eerste weken van het schooljaar staan in het teken van groepsvorming en respectvol met elkaar omgaan. We noemen dit “de Gouden Weken”. Deze eerste weken van het schooljaar zal de leerkracht iedere dag een activiteit organiseren waarbij de kinderen elkaar beter leren kennen en waarbij respectvol omgaan met elkaar het belangrijkste doel van de activiteit is. Dit zijn o.a. activiteiten vanuit de Kanjertraining.

Omgaan met ongewenst gedrag
Wanneer het toch voorkomt dat een leerling zich niet aan de afspraken houdt op school hanteert de leerkracht ons protocol bij afwijkend gedrag. Deze is terug te vinden op de website en onder documenten op Max-class.

Pesten
Pesten komt op iedere school voor. In uitzonderlijke gevallen kan het voorkomen dat het niet lukt om het pesten te laten stoppen. Gelukkig werken wij nauw samen met een team van deskundigen op het gebied van gezondheid, welzijn en opvoeding. Hierin zitten onder andere een jeugdverpleegkundige, een orthopedagoog en een schoolmaatschappelijk werker. Met behulp van deze deskundigen zijn wij in staat om kinderen die zich gepest voelen of kinderen die pestgedrag vertonen de juiste hulp te bieden. Zo doorbreken we de situatie en kunnen we de veiligheid en het vertrouwen weer herstellen. Dit gebeurt in goed overleg met de ouders van de kinderen. Wij gebruiken hiervoor een pestprotocol. Deze is terug te vinden op de website www.obsdegrundel.nl. Linda Michielsen is onze coördinator Kanjertraining en coördineert processen op pedagogisch gebied.

Vertrouwenspersoon
Soms gebeurt er iets waardoor een kind zich niet veilig voelt. Het is fijn dat een kind dan terecht kan bij een vertrouwenspersoon. Bij ons op school is dit Marjon Bouwhuis. Aan het begin van ieder schooljaar wordt aan de kinderen uitgelegd wie de vertrouwenspersoon is en wat zij in de school doet. Kinderen kunnen wanneer nodig met hun vraag/probleem bij haar terecht. De vertrouwenspersoon heeft geheimhoudingsplicht.

Maxclass
Om ouders op de hoogte te houden van het laatste nieuws, de agenda en activiteiten in de klas communiceren we via Maxclass. Maxclass bevordert tevens de ouderbetrokkenheid doordat huiswerk en materialen uit de methode door de leerkracht op Maxclass worden geplaatst en ouders hierdoor gericht met hun kinderen kunnen oefenen.